Op de radio

Radio heb ik altijd een heel leuk medium gevonden. Als kind wilde ik naast schrijfster graag dj worden. Regelmatig maakte ik eigen mijn eigen radioprogramma. Ik plaatste diverse cassetterecorders bij elkaar zodat ik muziek kon opnemen van het ene apparaat naar het andere, terwijl ik alles aan elkaar praatte. Mijn broer kwam langs als speciale studiogast. Hij deed alle rollen zelf – van zanger tot Ome Joop – en ik speelde voor nieuwslezer, reclamevrouw, muziekkenner en imitator. Af en toe sprongen Tippie en Fikkie bij, zodat ik wat extra afwisseling kon aanbrengen. Al bleek dat niet bevorderlijk voor mijn stem: het geluid van Tippie vormt een mengeling tussen Supergrover en Bert van Sesamstraat.

Dj werd ik niet, maar ik luister dagelijks naar de radio. Vroeger switchte ik zelfs van radio 1 naar 3 en dan weer terug naar radio Caroline, waar ze lekker veel alternatieve muziek draaiden. In mijn agenda hield ik lijstjes bij van mijn favoriete programma’s. De Dik Voor Mekaarshow op zaterdagmiddag, rockconcerten op zondagavond, livemuziek bij de VPRO op woensdag, Kopspijkers op dinsdag en de Soulshow op donderdagavond. En dan om 23 uur niet vergeten te luisteren naar Met het oog op morgen, via het zakradiootje dat altijd bij mijn bed lag. Van mobieltjes hadden we immers nog nooit gehoord.

Toen een oud-collega mij belde om te vragen of hij mij op 20 januari mocht interviewen voor zijn radioprogramma, zei ik dan ook meteen ‘ja’. Ik wilde zo’n studio weleens van dichtbij bekijken. Ver hoefde ik er niet voor te reizen, de lokale zender zit in het gebouw van een oude school in onze woonplaats. Daar mocht ik plaatsnemen achter een tafel in een kleine ruimte. Aanwezig waren de hoofdredacteur, de dj, de interviewer en ik. Rond zes uur zaten we gemoedelijk naast elkaar bij het mengpaneel te wachten tot het nieuws, de reclame en de ellenlange filemeldingen voorbij waren. Als ik mocht spreken brandde er een grote rode lamp.

Het interview ging over een van mijn favoriete boeken, De vergeten jaren. Het was erg leuk om te vertellen over mijn passie. Hoe komt nou zo’n verhaal tot stand en hoe zet je als schrijver je creatieve ideeën op papier. Dat ik een voorkeur heb voor het spannende genre, mag duidelijk zijn. De vergeten jaren heeft een detective-achtige opzet, hoofdpersoon Eveline ontdekt steeds meer geheimzinnige zaken waar zij in haar jeugd geen flauw vermoeden van had. Of toch wel? Aan het einde blijkt namelijk dat er meer aan de hand was dan in eerste instantie lijkt. Het is belangrijk tussen de regels door te lezen.
Daarbij bevat het een thema waar veel mensen mee te maken krijgen: dementie. Ik wilde door middel van een toegankelijk en spannend verhaal de lezers steun geven bij het verwerkingsproces. Ambitieus, dat zeker. Maar het doet me goed wanneer ik reacties krijg van lezers die geraakt zijn, of van mensen die weer verder kunnen met hun leven.

Vrijwel altijd krijg ik de vraag of het allemaal waargebeurd is. Nee, het verhaal is volledig aan mijn fantasie ontsproten, ik ben dus niet de hoofdpersoon. Wel heeft de ziekte van mijn vader de inspiratie gegeven om een aangrijpend boek over dementie te schrijven. Want aangrijpend is het beslist, ik heb van dichtbij meegemaakt hoe mijn vader langzaam zijn geheugen verloor. Maar hij was geen architect, zoals meneer Molenaar uit het boek. Mijn vader was bedrijfsleider bij Jamin, hij werkte daar op de chocoladeafdeling. En ik kom uit een heel ander gezin dan dochter Eveline. Zij heeft één broer, wij zijn met vijf kinderen. Mijn moeder verschilt ook erg met Claire, die ik bewust niet op haar heb laten lijken.

Het is wonderlijk dat mensen vaak denken dat een boek volledig autobiografisch is. Uiteraard heb ik de opname in het verpleeghuis beschreven. En sommige jeugdherinneringen van Eefje hebben beslist raakvlakken met de mijne. Ik maakte eens mee dat een vrouw me aanklampte en zei: ‘Gisteren heb ik je uitgebreid gegoogeld en je vader ook, maar ik kan helemaal niks vinden over een architect en ook niet over je beroep als illustratrice.’

Dan moest ik benadrukken dat Eveline illustratrice is, niet ik. Jammer dat de lezeres zoveel vergeefse energie had besteed aan het speuren op internet, maar we konden er samen hartelijk om lachen.
In de uitzending mocht ik drie songs laten horen. Ik koos voor de nummers uit De vergeten jaren, die zo toepasselijk zijn bij de tekst. Mirjam Zomer met haar detectivebureau kwam nog aan bod, evenals het boek over asielhonden. Voor mij was het bijzonder om een uur te kunnen vertellen over mijn boeken. En dat niet alleen: eindelijk kon ik me ook een beetje dj voelen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s