Tijd

Op het bekende fietspad kom ik een man tegen die ik al ken uit de tijd van Maus. Dat is lang geleden! Zijn zwarte labrador was toen nog jong. Inmiddels sukkelt de grijze hond traag achter zijn oude baas aan.

Wanneer Caro en ik hem naderen, zie ik de ogen van de oude baas oplichten. De man versnelt zijn pas een beetje, en probeert zijn vroeger zo onstuimige hond met zich mee te trekken. Het gaat allemaal traag, maar ik verbaas me over de gretigheid van de bejaarde. Er is duidelijk sprake van herkenning. Meteen flitst door me heen dat het weleens met mijn boeken te maken kan hebben. Niet dat ik veel word aangesproken over mijn schrijfwerk. Ik ben nou niet bepaald een BN’er. De meeste mensen weten überhaupt niet eens dat ik schrijf, laat staan dat ze mijn boeken kennen. Onze gesprekken gaan meestal over het weer, en over de honden. In al die jaren is dat nooit anders geweest.

Vandaar dat ik net zo verheugd kijk als de man. Deze keer weet ik het zeker: hij heeft Meneer Maus gelezen. Of misschien wel mijn eerste detective Hond te koop. Of De vergeten jaren. Meteen zie ik voor me hoe mijn verhaal over een dochter met een demente vader hem troost heeft geboden in moeilijke tijden. Zijn vrouw zit waarschijnlijk in een verzorgingstehuis, en nu heeft hij alleen zijn hond nog om hem gezelschap te houden. En mijn boeken.

Met aarzelende tred stapt hij op me af. Caro en zijn labrador bonken met hun neuzen tegen elkaar ter begroeting. De man trekt me voorzichtig aan mijn jasje. ‘Zo fijn dat ik je zie,’ zegt hij.
Dat vind ik ook. Verwachtingsvol kijk ik hem aan. Dit is een fan, voor mij staat het vast. Heb je al een nieuw boek geschreven? is de vraag die ik in gedachten hoor. Ik zal antwoorden dat dit zeker het geval is. Daarna ontspint zich een gesprek over literatuur, woorden, letters en schrijven. Iemand die belangstelling heeft voor mij werk mag me alles vragen. Wie weet heeft hij iets opgestoken van mijn boek over asielhonden en wil hij dat met me delen!

Met een schok besef ik wat hij werkelijk vraagt…
‘Weet je misschien hoe laat het is?’

Van mijn à propos gebracht knik ik bevestigend. Ik noem de tijd en de man betuigt me grote dankbaarheid. Hij wijst op zijn pols. ‘Zie je, ik draag geen horloge omdat het horlogebandje is gebroken. Over een halfuur moet ik een test doen voor mijn rijbewijs, anders wordt het niet verlengd. Het is op mijn leeftijd heel belangrijk dat ik mijn autootje mag houden. Ik ga maar gauw naar huis,’ wuift hij.

Caro en ik volgen de man en zijn hond met onze ogen. Waarschijnlijk duurt het nog wel even voor De Wereld Draait Door belt. Of die andere mannen en vrouw met hun bekende talkshows. Tot die tijd blijf ik gewoon die vrolijke onbekende schrijver die met haar hond door Papendrecht wandelt, op zoek naar inspiratie voor haar volgende boek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s