Zwembal

Vandaag moet ik toch even wat kwijt. Toen ik voor het eerst in huize M&M’s kwam, zag ik allemaal nieuwe dingen. In hun huis, maar ook daarbuiten. ‘Kijk Caro,’ zei mijn vrouwtje terwijl ze de tweede deur van de woonkamer opende. ‘Dit is onze tuin.’
Ik staarde haar nieuwsgierig aan, maar begreep niet echt wat ze bedoelde. Mijn baasje nam me mee naar buiten. Eerst aangelijnd, maar al snel bleek dat ik behoorlijk timide was en geen gekke fratsen uithaalde, dus de lijn ging los en ik kon aan mijn verkenningstocht beginnen.

Nadat ik alles had begroet en rustig had rondgesnuffeld, voelde ik me zo blij. Was dit ook allemaal van mij? Ineens was ik niet zo timide meer, ik dartelde als een jonge hinde rond en gromde en bromde en duikelde en zwiepte met mijn staart.
De tuin. Daar waar mijn baasje zich iedere dag over zijn planten en bloemen buigt om te zien hoe ze groeien en bloeien. Nou, ik groei en bloei er ook van.
Ik kreeg mijn eigen handdoek en zat de hele tijd te grijnzen naar dat kleine stukje bos in Papecity. Geen beter leven dan een goed hondenleven, dacht ik.
En toen werd het warm. Zo warm dat ik regelmatig liep te hijgen.

‘Zou Caro van zwemmen houden?’ vroeg mijn vrouwtje zich af nadat ik tijdens een wandeling vervaarlijk dicht bij de slootrand kwam.
‘Maus en Dora vonden het niks. Misschien is het bij haar anders,’ opperde mijn baasje.
Gisteren deden ze me een voorstel. ‘Zullen we een privézwembad voor je kopen, Caro?’ zeiden ze in koor.
Ik vind alles best, zeker wanneer ik met ze mee kan. En dus togen we naar de lokale speelgoedwinkel. Daar stond mijn zwembad al klaar, in de vorm van een grote dubbele blauwe schelp. Eén helft voor water, en één voor zand. Of voor iets anders, alles was mogelijk.

‘Durft jullie hond er wel in?’ vroeg het winkelmeisje. ‘Het zou anders zo jammer zijn van het geld. We kunnen het wel even proberen.’
Natuurlijk durfde ik erin. Op verzoek van mijn vrouwtje sprong ik in zonder aarzelen in het oesterbad. Daar bleef ik prinsheerlijk zitten. ‘Oké, hij is goedgekeurd,’ lachte het winkelmeisje.
Op de terugweg stuiterde en sprong ik vrolijk naast mijn baasjes mee. Marco hield de schelp stevig vast en ik hield hem op mijn beurt in de gaten. Mijn spullen moesten natuurlijk wel heelhuids aankomen.

Eenmaal thuisgekomen gebeurde er iets heel raars. Mijn baasjes zetten de schelp in de tuin en pakten de gieter. Ze goten er een hele berg schoon water in. Dat was niet de afspraak. Verbouwereerd bleef ik staan. Ik wilde best in die blauwe schelp, maar dan wel zonder water.
Van alles probeerden de M&M’s: iets lekkers op de badrand, mijn favoriete piepbal in het water, aan de lijn steeds dichterbij komen en een aanmoedigende aanspreektoon gebruiken. Ze maakten zelfs hun eigen voetjes nat.

Je had mijn ogen moeten zien. Waren die twee soms helemaal gek geworden? Die ene slok water wilde ik nog wel nemen uit die reusachtige drinkbak, maar daarna maakte ik dat ik wegkwam.
Mijn vrouwtje zette me drie tellen met mijn pootjes in het water. Dat vond ik tien keer niks. Ik nam een enorme sprong uit het bad en wurmde me onder haar benen door. Best knap van mij, aangezien ze op haar hurken zat. Mijn kletsnatte vrouwtje giechelde geschrokken, terwijl ik nog seinde dat ze nu zelf voelde hoe het was om nat te worden.

Vandaag durfde ik bijna de tuin niet in. ‘Laat maar, Caro, je hoeft niet in het bad als je niet wilt,’ stelde mijn vrouwtje me gerust. ‘We laten je schelp staan en dan wen je er hopelijk vanzelf aan.’

Ja ja, het zal wel. Nu staat voor de derde keer in huize M&M’s een mooie waterschelp werkeloos in de tuin. Tja, wat wil je? Ik heb terriërbloed in mijn aderen. Snuffelen en speuren als een echte Sherlock Holmes is mijn lust en mijn leven, dat doe ik de hele dag door. En spelen met de bal, daar kan ik nooit genoeg van krijgen.
Gelukkig heb ik mijn baasjes goed getraind. Het liefst speel ik samen, en ik ben er heel fanatiek in. Dan duw ik de bal met mijn dropneus of poot richting mijn vrouwtje en flapper ik met mijn oren, als om te zeggen: ‘Tikkie terug, vrouwtje. Kom op!’

© Poot van Caro