Pietje Precies

Gisteren was hier in ons stadje de intocht van Sinterklaas. Ik heb die oude man niet gezien, maar mijn baasjes hoorde ik er wel over. Er schijnt nogal wat discussie te zijn over de helpers van de Sint, maar daar wil ik het hier niet over hebben. Tenslotte heb ik een donker kleurtje en dat vind ik heel tof. Nee, het gaat mij om iets heel anders.

Mijn baasjes gingen ’s middags even naar buiten, de kou in, zodat ze de optocht ook konden aanschouwen. De pieten zaten op vrachtwagens en maakten muziek met verschillende instrumenten. Ook werd er gezongen en er liepen allerlei kinderen mee. De volwassenen waren net zo uitbundig, ze voelden zich weer even drie, vier of vijf jaar. Met Sinterklaas mag je vrolijk zijn, want die brengt allerlei cadeautjes, zo vertelden mijn baasjes me. Nou, ik ben nu al benieuwd of er op vijf december nog iets moois voor mij bij mijn mand ligt.

M&M keerden al gauw terug. Maar ’s avonds tijdens de wandeling was ik ongelooflijk dwars. ‘Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt,’ zei mijn vrouwtje bij terugkomst tegen mijn baasje. ‘Straks moeten we weer van voren af aan beginnen met de opvoeding.’
We liepen als altijd langs de bomen en de grasvelden, in het donker met allebei een lampje aan. Ik om mijn halsband en mijn vrouwtje aan het handvat van de riem. Dan kunnen automobilisten ons goed zien.

Niet dat het nodig was, want ik had alleen maar oog voor de stoep. Of beter gezegd: neus voor de stoep. Mijn reukorgaan leek aan de stoeptegels verkleefd. Plotseling dook ik het gras in. Mijn vrouwtje hoorde ‘krak’ en nog een keer ‘krak’. Daarna maakte ik slikbewegingen.
‘Nee, hè,’ mopperde ze. ‘Wat heb je nou weer gegeten?’
Ze trok me het pad op, maar dat hielp niks. Zelfs midden op het fietspad hield ik mijn neus uiterst nauwkeurig tegen de grond.
‘Dan maar de weg over,’ besloot mijn vrouwtje.

Ha, ook daar hield ik me bezig met speurwerk. Ze noemen me niet voor niets Sherlock. Ik had een spoor gevonden en dat liet ik niet meer los.
Ineens begon het mijn vrouwtje te dagen. Ze besefte dat ik exact al zigzaggend de route volgde waar eerder die vrolijke zwarte pieten renden en sjouwden.
Voor het eerst hoorde ik een belangrijk woord: pepernoot.

Mijn vrouwtje zei het wel tien keer. Volgens haar moesten we linea recta uit de pepernotenlinie. Jammer, hoor. We maakten ineens een hele andere wandeling, die ik best saai vond. Het was ook nog eens pikkedonker, ik zag nauwelijks een poot voor ogen. Achter me hoorde ik mijn vrouwtje mompelen en zich een weg langs de struiken en velden zoeken.

Bij thuiskomst beweerde ze tegen mijn baasje dat ik een ondeugende dame was. Hoezo? Als die pieten pepernoten voor me strooien, dan mag ik ze toch netjes opruimen? Ik weet al een goede naam voor mij: Pietje Precies.
En ik weet nu bovendien ook dat pepernoot heerlijk smaakt!

© Pootje van Caro