APCarootje

Zo, gisteren heb ik mijn jaarlijkse APK’tje weer gehad. De eerste keer was in het asiel, direct nadat ik binnenkwam. Ik bracht een paspoortje mee, met daarin alleen een stempel van de eerste puppy-enting. Die moest na een paar weken herhaald worden, maar daar hadden mijn toenmalige baasjes geen zin in. Vandaar dat ik, net als Maus en Dora eerder, bij de asieldokter op het volledige programma werd gezet.

Voordeel was dat ik de komende drie jaar niet weer zo’n grote cocktail hoef. Alleen een kleine enting. De dierenarts heeft me helemaal nagekeken. Hij was heel tevreden en zei steeds: ‘Wat ziet ze er toch mooi uit.’ Ik ben netjes op gewicht, mijn hart en longen klinken goed en ook mijn grote superoren zijn pico bello in orde. Dat apparaatje van de dokter verdween er bijna in toen hij geïnteresseerd het binnenwerk van mijn gehoororgaan bestudeerde.

Meneer Mill keek ook even naar mijn tanden. Ik liet het allemaal gewillig toe. Dat was eerst wel anders, maar nu maalde ik er niet om. Tja, wat wil je. Mijn vrouwtje poetst iedere dag mijn hele gebit. Dat heeft ze geleidelijk aan opgebouwd: eerst een paar dagen mijn bek aanraken en belonen met snoepjes, vervolgens mijn tanden polijsten met tandpasta voor honden op haar vinger en daarna echt poetsen met de tandenborstel. Zo ben ik dus helemaal gewend aan dat gefriemel in mijn bek, en ik heb een tandpastasmile als een filmster.

Het gesprek kwam ook op de kluiven die ik graag oppeuzel. Mijn baasjes zijn daarmee gestopt. Mijn darmen protesteerden er geregeld tegen. Om het netjes te zeggen: mijn vrouwtje heeft toch liever een echt spiegelei op haar bordje. Het is niet anders, we kijken nu naar varianten zonder toevoegingen erin.
Op het moment dat de dierendokter vroeg of ik af en toe gras at, keek hij net in mijn bek. Ai, betrapt: tussen mijn tanden zat nog een stukje groenvoer, dat ik uit de berm had gegraaid. De dokter peuterde de groene spaghetti uit mijn mond.
‘Een antwoord hoef ik niet meer te geven,’ grinnikte mijn vrouwtje. ‘Ze lijkt af en toe net een koe.’

Verder bespraken we mijn conditie. Ik loop veel, maar kan het niet overdrijven. Nu hebben mijn baasjes bij alle drie hun honden wel gemerkt dat je ook beweging moet doseren. Het punt is dat ze altijd opnieuw moeten inschatten wat een hond aankan. In de beschrijving vanuit het asiel staat vaak dat een hond bij de vroegere eigenaar onvermoeibaar was, vervelend deed, of van alles zou slopen. Daardoor denken M&M elke keer dat ze een entertainmentbureau moeten starten, met continu sport en spel en andere beweging en denkwerk. Maar al bij Maus merkten ze dat een kwartiertje met de voerbal, een sessie apporteren, of ingewikkeld speurwerk zeer enerverend bleek te zijn. Bij mij is dat net zo. Meerdere keren op een dag lange wandelingen maken gaat soms letterlijk te ver.

‘Ik snap het niet,’ zei mijn vrouwtje al bij Maus. ‘Hij moest toch de hele tijd van alles doen? Maar hij ligt na de lange ochtendwandeling door het park alleen maar te snurken.’
Nu beseft ze opnieuw dat je dingen ook kunt overdrijven. Mijn conditie is in elk geval prima. Ook mentaal steek ik in een glanzend hondenvel. Meneer Mill vindt dat ik zo’n mooie kleur heb. Hij bleef me maar kroelen, net als zijn assistent en de stagiaire die me begeleidde op de tafel.

Toen ik naar buiten stapte, zaten er maar liefst vijf honden op een rijtje in de smalle gang. Ik liep parmantig langs ze heen en gedroeg me zoals het een echte dame betaamt. Een lieve teckel met een hele lange snuit gaf ik nog een vriendelijke neusbonk. En een reusachtige hond wilde niet meer mee met zijn bazen. Hij strekte zich over de halve gang uit en rollebolde om me uit te nodigen voor spel.
‘Dit is onze pup,’ vertelde zijn vrouwtje. Dat terwijl de hond zo groot was als een kalf. Ik paste er wel drie keer in. Zijn baasjes moesten alle mogelijk moeite doen om hun speelse gigantische puppy mee te krijgen. Er werden zelfs snoepjes tevoorschijn getoverd. Ik vond die enorme beer in ieder geval reuzeleuk.

Op de foto zie je me op de weegschaal. Daar moest ik op gaan zitten om te zien of ik nog altijd een mooi gewicht heb. Ik werkte graag mee. Wel zo belangrijk, want nu weet ik zeker dat ik precies genoeg eten krijg. En voor eten doe ik alles!

© Ferme poot van Caro