De enige echte

Als voormalige asielhond was één ding heel belangrijk: ik moest socialiseren. Een deftig woord, wat zoveel betekent als opnieuw of voor het eerst kennismaken met de wereld. Net als veel andere honden met een rugzakje was ik niets gewend. Ik zat bijna drie jaar lang de hele dag binnen, en mocht alleen even ’s morgens en ’s avonds snel naar buiten voor een plasje. Niet aan de lijn, maar in de tuin. Opschieten was het devies, en vooral geen leuke dingen doen.
Natuurlijk verveelde ik me suf. Urenlang zat ik in mijn bench te niksen. Ik sliep vooral veel, want dat was toch wat alle honden deden? Dat het ook anders kon, wist ik niet. Ik had immers geen vergelijkingsmateriaal. Niet bij soortgenoten, en ook niet bij andere mensen.

Eenmaal in mijn nieuwe thuis ging er letterlijk een wereld voor me open. Ik vond het best eng, al die mensen en honden die ik ontmoette. De regen op mijn snoet, het gerinkel van mijn etensbak, een blaadje dat viel, onbekende mensen, snuffelende collega’s, harde geluiden, voorbijrazende auto’s, toeterende vrachtwagens. Om maar niet te spreken van zoiets als een winkelcentrum. Zodra daar de deuren opengingen, sloeg ik op de vlucht. Weg wilde ik van die enge schuifgevallen, straks hapten ze nog naar me!
Mijn baasjes hadden veel geduld. Geleidelijk aan lieten ze me wennen. Soms gooiden ze me daarentegen gewoon in het diepe. Dat bleek wel tijdens mijn snelle socialisatie toen ze me ophaalden. Trein, boot, fiets… ik maakte er direct kennis mee.

Nu ga ik graag mee naar het winkelcentrum. Even wat boodschapjes halen betekent een leuke wandeling waar ik nieuwe indrukken opdoe. Zo ook afgelopen week. Wanneer mijn baasjes zonder mij boodschappen doen, weet ik het al: de tas komt tevoorschijn en ze zeggen dat ze ‘even zelf gaan’. Maar als ik ze gezelschap mag houden zeggen ze: ‘Ga je met ons mee, Caro?’
Dat laat ik me natuurlijk geen twee keer zeggen. Ik zit meteen klaar op de mat. Soms vind ik het zo spannend dat ik begin te rollebollen. Mijn baasjes moeten me dan tot kalmte manen. Eenmaal in het winkelcentrum wacht ik samen met mijn vrouwtje bij de kassa. Eerst verdwijnt mijn baasje door de hekken, en na een poosje duikt hij weer op bij de kassa’s. Ik wil alles precies volgen: waar loopt hij naartoe, en wanneer meldt hij zich weer? Daarom ga ik rechtop staan en steek ik mijn snuit nieuwsgierig in de lucht.
‘Je hebt toch vier pootjes, Caro,’ lacht mijn vrouwtje dan. ‘Je lijkt wel een kangoeroe.’
Ik weet niet wat een kangoeroe is, maar ik ben graag net zo groot als de mensen. Dan kan ik goed kijken wat mijn baasje in de winkel doet.

Mijn vrouwtje zag een jongetje van een jaar of vier naar me staren. Hij wees met zijn vinger en zei daarna iets tegen zijn vader, die langzaam naar me toe kwam. Natuurlijk hield mijn vrouwtje alles goed in de gaten. Honden en kinderen moet je zorgvuldig begeleiden, zegt ze altijd.
De vader vroeg netjes of zijn zoontje mij mocht aaien. ‘Goed dat u het vraagt,’ complimenteerde mijn vrouwtje hem. ‘Niet iedere hond vindt het fijn om geaaid te worden.’ Ze dacht even aan haar eerste viervoeter, die mishandeld was door kinderen en bij wie het best lang duurde voor hij weer vertrouwen kreeg. Dat vertelde ze niet aan de vader. Wel zei ze dat kennismaken prima was, al had ik meer oog voor mijn baasje.

Ik rekte me nog eens uit en het jongetje gaf een zachte aai over mijn rug. ‘Waarom staat hij op zijn achterpoten?’ wilde hij weten.
Mijn vrouwtje legde uit dat ik heel nieuwsgierig ben en zo makkelijker in de winkel kan kijken. Ze zakte door haar knieën, zodat ze op ooghoogte kwam met het kleine mannetje en zijn vragen kon beantwoorden.
Toen ze verder moesten zei het ventje: ‘Papa, ik wil ook zo’n hondje.’
‘Nou,’ zei de vader. ‘Over tien jaar misschien.’ Hij grijnsde erbij en zei dat hij al nauwelijks tijd had voor zijn twee vissen.
‘Dan raad ik u zeker af om een hond te nemen,’ knipoogde mijn vrouwtje.

Even spitste ik mijn oren. Ze geeft namelijk vaker van die rare adviezen. Gek op honden is ze, en toch waarschuwt ze mensen om niet te hard van stapel te lopen. ‘U moet veel wandelen, door weer en wind, in kou en donker. Het is ook slim om naar een cursus te gaan,’ vertelde ze. ‘Een hond heeft aandacht nodig, en er komt best veel kijken bij de opvoeding.’
‘Je hoort het,’ zei de man, terwijl hij zich omdraaide naar zijn zoontje. ‘Een hond kun je niet zomaar in de dierenwinkel kopen, in de kamer zetten en daarna niks meer doen.’
Mijn vrouwtje dacht aan mijn vroegere situatie. Bij mij was het precies zo gegaan. Gekocht voor de kinderen, en na een paar maanden totaal vergeten.
Het jongetje dacht diep na en zei toen: ‘Maar ik hoef geen hond uit de dierenwinkel, ik wil deze hond! Precies zo eentje als deze.’
Oei, dat lag een beetje lastig. Net zo’n hond als ik vind je niet zo snel. Ik ben tenslotte uniek.

Ik rekte me opnieuw uit en zette grote ogen op. Hèhè, daar was mijn baas weer, met zijn tas met boodschappen. Tussen mijn baasjes in huppelde ik vrolijk mee naar huis. Mijn vrouwtje glimlachte en vertelde het verhaal aan mijn baasje. Ze vond het leuk dat ik het jongetje zo enthousiast had gemaakt. Ook een ex-asielhond kan de vertedering van mensen opwekken, dat is toch wel het mooiste wat er bestaat!

© Pootje van Caro

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s